***Sef van Mulken


Sef van Mulken (1930 – 1998) kwam vanuit Venray in Vijverdal waar hij sinds 1965 verbleef. Toen hij het atelier bezocht, zei hij: “Mot ich heij komme teikene, dat kin ich neet, ich kin allein schrieve”. Zijn creatief werk ‘sch***reef’ hij met viltstiften. Met viltstift kon hij uit de voeten. Zonder na te denken schreef hij het papier vol met beelden uit zijn leven. Met verf kon hij niet overweg. Hij struikelde letterlijk over de materie en kon het penseel niet hanteren. Tot de collectie behoort een dertigtal werken van Sef, werken met een monumentaal karakter waarin vooral de mijn de inspiratiebron is. Hij tekende de ‘koel’ dat staat voor kolenmijn, waar hij als kind na zijn lagere schoolperiode moest werken. Het leven bestond alleen uit werken. Als je niet werkte, was je niks. Maar hij kon het niet aan, het enge en donkere van de ruimten onder de grond. Hij was er niet gelukkig. Dat merkte je wanneer hij er met stift mee bezig was. De ‘mennekes’ die hij tekende, zijn de ‘koelpieten’, de rechters de opzichters die bevolen wat je doen moest. Ze leken op de hengsten, zei hij boos.

Werken van Sef zijn in 2009 tentoongesteld in het Schunck Glaspaleis te Heerlen.

Enkele van zijn werken:

Rechters in de mijn; Rechterswagen (1981); Vlaggenschip; Vliegdekmoederschip I en II; Lichtschip op groene zee; Lichtboot (1981) Kerstmis in de mijn; ’n Kinneke geboren.

Lettervogel (1982). De vorm van de vogel bestaat uit driehoeken waarin letters zijn gezet. Op de vraag ‘Sef wat is dat noe veur eine vogel?’ kwam het antwoord “dat is dee van miech, meh ich krijg um neet te pakke”.

Tulpen in de mijn. Vóór de kolenlagen zichtbaar werden, bevond zich een laag erboven waarin afdrukken van planten, varens, stronken en takken zaten. Sjef tekende deze ‘Tulpen in de mijn’.

Oranje wolk, Aardwormen

Tanks en kanonnen tekende hij, oorlogsbeelden die in zijn geheugen waren gegrift. De bevrijders pikten de meisjes weg, dat wist hij nog.

Inktviltstiften verkleuren. Het blauw blijft tenslotte over, terwijl geel en rood verdwijnen. Vernis en glas beschermen.

Zijn map was zijn dagboek. Hij vond het fijn om erin te bladeren en wist exact wat achter elkaar zat. Toen hij na vijf jaar werken niet meer kwam, wilde hij de map niet meenemen. Het werk hoorde in de werkplaats te blijven. Hij had pensioen.