** Kediri

“Mag ik er wel zijn?” Een eenvoudige vraag, maar ook een, die een persoon zijn leven lang kan kwellen. Voor Ronald Kemeling lag hij als lood op zijn schouders. Kind van de hongerwinter 1944, van een moeder die als Javaanse een vreemdeling bleef in Nederland en belangrijke vragen van haar zoon  naar zijn afkomst onbeantwoord liet. Een met tussenpozen jarenlang afwezige vader. Eén zus die geboren werd toen hij dertien was. Wat binding betreft zat het niet mee.

Ronald had aanvankelijk een brokkelige schoolopleiding tot zijn beroepsopleiding, kweekschool en studie Nederlands en  zou in de jaren tachtig afstuderen als orthopedagoog. Kinderen verstonden hem, en hij hen. Helaas heeft hij de band met zijn drie kinderen uit twee huwelijken door de omstandigheden niet goed inhoud kunnen geven. Zijn depressies waren telkens het gevolg van moeilijkheden in de privésfeer, zijn gebrek aan  eigenwaarde en zijn kwetsbare  persoonlijkheidscontouren. Daarbij deed hij uitstekend werk in de sfeer van onderwijs en counseling.

Als kunstenaar koos hij de naam Kediri, naar een stad in Oost Java. Toch een brug naar zijn moeder en zijn wortels in dat verre land. Hij ontwikkelde zich in de creatieve richting tijdens een periode in een ziekenhuis, waar onderzocht werd waarom hij een aantal keren zomaar bewusteloos was neergevallen. Er werd niets gevonden, maar in de vele lege tussenuren ontdekte hij de ruimte voor creatieve therapie, waar  naast allerlei soorten materiaal ook speksteen aanwezig was. Hier ontstond, tot zijn eigen verwondering, zijn liefde voor ruimtelijk werk, dat later zijn sterkste expressie zou vinden in keramiek. Een techniek die hij ontwikkelde toen hij een poos in Vijverdal  verbleef, een van de locaties van zorggroep Mondriaan. Het begin werd gevormd door het op elkaar drukken van rolletjes klei. Daarna begon de fantastische ontdekkingstocht, waarbij de vondst van kleurige glazuren een belangrijke duit in het zakje deed.

Met zijn beelden vertelt  Kediri  verhalen, vaak met een kwinkslag.  De diepere serieuze thematiek betreft het zoeken van de eenzame mens naar eigenheid, verbinding en bevrijding. Hij ziet tevoren in zijn hoofd wat hij uit de ruwe klei tevoorschijn gaat toveren. Vervorming is altijd een aspect van zijn beeldtaal. Daarbij heeft hij een geweldig gevoel voor kleur, die hij ongekend fel toepast. Hij oriënteert zich breed in de kunstwereld en is bedreven in de techniek, maar zijn eigen gekke stijl zal er altijd geweest zijn.  Die werd wakker gekust door wanhoop en angst. Toen gelouterd door het vinden poorten naar het zelf in therapieën en door zijn bewuste bekering tot Christen.  Kediri’s werk is fris en open. Hij spreekt uit wie hij is in vaste contouren. De kwellende vraag naar zijn plek, wordt met elk werk vast en stevig beantwoord.

Ans van Berkum  12-7-2015